Verontrustende zaken

Hieronder een overzicht van zaken die we tegenkwamen die ons vertrouwen in het proces hebben geschaad.

  • Hoewel er tijdens ouderavonden herhaaldelijk om is gevraagd, worden geen echte details gegeven over berekeningen, cijfers en analyse die tot het huidige besluit hebben geleid. Er is geen totaalrapport waarin alle argumenten en details op een rij zijn gezet. Het is dan ook niet te verifiëren of de geschatte budgetten voor de 3 scenario’s wel voldoende zeker zijn. De scenariostudie van Coresta geeft onvoldoende details en toelichting (bron). De MR van de Berkel (bron) en de MR van de Zwaan (bron) oordelen dat er nog veel onzekerheden zijn. Kan gegarandeerd worden dat er later geen grote onvoorziene posten bijkomen? Er komt niet meer geld beschikbaar. Wat gebeurt er als straks veel ouders de Vrije School verlaten of geen ouderbijdrage meer betalen omdat ze zich niet herkennen in de genomen beslissing? Met welke onzekerheidsmarges is gerekend? Wat als blijkt dat toch twee verhuisbewegingen nodig zijn? Zijn de kosten van de bouwcoördinator meegenomen? Waarom is er geen boekwaarde meegenomen voor de Zwaan in de berekening van Coresta?
     
  • Is het mismanagement wel opgelost?  De bestuurder zegt in de Quick Scan:
  • “Vanuit de ontstaansgeschiedenis van de Vrije Scholen waarin het lerarenzelfbestuur nog lang goed gebruik was, is over het algemeen weinig ervaring en professionaliteit opgebouwd op het gebied van organisatie en management. Dit uit zich onder meer in een gebrek aan sturing vanuit beleid en beleidskaders, planning en control, kostenbeheersing. Enkele voorbeelden: Er is meer personeel in vaste dienst dan waarvoor structurele bekostiging is. De trend van teruglopende leerlingenaantallen in PO is jaren geleden al ingezet; daar is door de organisatie niet of onvoldoende op gereageerd. Vele wisselingen in management door vertrek, conflict, reorganisatie, ziekte. In 2007-2010 is € 750.000 besteed aan interim management als gevolg hiervan. In 2007-2011 is € 413.000 besteed aan advies en ondersteuning.In 2003-2011 is € 550.000 besteed aan vertrekregelingen. Totaal ruim € 1,7 miljoen extra kosten op gebied van organisatie en management.”
  • “Wantrouwen van medewerkers naar management en ‘bovenschools’. Gevoel van onveiligheid in sommige teams, ook jegens elkaar. Gebrek aan vertrouwen in elkaar en in de organisatie als geheel – men kan niets overlaten aan degenen die daarvoor zijn, men wil het liefst overal over meebeslissen.”
  • “Afsprakencultuur op schoolniveau op onderwijskundig gebied (zo doen wij het hier) verloopt moeizaam”
  • Het ziekteverzuimpercentage 2011 van De Berkel was 17%, van de IJssel 10%. Vergelijk benchmark gemiddelde: 5,88% in onderwijsinstellingen. De Berkel heeft al jaren een extreem hoog ziekteverzuim. Dit geeft aan dat er iets mis is in de organisatie en/of de cultuur van de school.
  • “Veel processen verlopen ‘persoonsgebonden’; geen beschreven procedures, eigen invulling van taken, ‘machtige’ posities doordat niemand kan overnemen; eigen terrein wordt afgeschermd, weinig bereidheid tot overdragen van kennis of taken”
  • Communicatiestoornissen tussen bovenschoolse staf en VO staf/management. Onduidelijkheid over verantwoordelijkheden en bevoegdheden: meningsverschillen over wat door wie gedaan moet worden lijken principe kwesties te worden
  • “Ervaring afgelopen 3 weken: Er is hoge uitval bij management en staf (dir. Berkel, hfd P&O, projectmedewerker bovenschools, bestuurder). Dit leidt tot delegeren van taken naar ‘boven’, i.c. naar mij in de rol van beoogd interim bestuurder. Zo is dat altijd gedaan, wordt gezegd. De bestuurder vult dus de gaten die om hem heen ontstaan. Er ontstaat overbelasting door oneigenlijk werk en de focus op de eigen functieâ€Âuitoefening dreigt verloren te gaan.”

Wat is hieraan gedaan? Welke garantie is er dat het straks met 2 PO-scholen beter gaat?

  • Er is nog niet duidelijk hoe de gerenoveerde dan wel hernieuwde Zwaan er uit komt te zien met het huidige budget. Er is geen garantie dat dit overeenkomt met de door ouders verwachte uitstraling van een Vrije School. Adviesbureau Coresta ging bij alle berekeningen en adviezen namelijk uit van de huisvestingsnormen van de gemeente. In de berekening van de vierkante meters waar een school recht op heeft, zit bijvoorbeeld al geen grote zaal (bron). Worden kansen benut om het binnenklimaat te verbeteren met duurzame materialen en het concept van Frisse Scholen? Het is onzeker hoe ouders hierop zullen reageren. Is hier voldoende rekening mee gehouden?
     
  • Zowel GGD Gelre-IJssel (bron), het Longfonds (voorheen Astmafonds) als staatssecretaris Atsma adviseren terughoudend te zijn met het bouwen van basisscholen langs drukke wegen, zelfs al voldoet de norm! Zie bijlage 2 van de op 14 mei aan het bestuur verstuurde brief voor meer achtergrond over luchtkwaliteit en fijnstof. Daarnaast is er geluidsoverlast door het wegverkeer. Nader onderzoek op korte termijn is toegezegd door de bestuurder. Waarom is de beloofde terugkoppeling hierover niet gegeven? Uit de reactie van het bestuur op onze brief blijkt dat er nog steeds geen onderzoek is gedaan, terwijl ook met een kort onderzoek al meer inzicht in de risico's is te krijgen. In het verslag van de ouderavond van 16 januari op de Berkel is te lezen dat de bestuurder heeft gezegd: “het bestuur gaat het advies van de GGD afwachten en op basis hiervan handelen. De stichting staat voor de hoogst mogelijke gezondheidsgraad.” (bron). Wordt hiermee enkel de wettelijke norm bedoeld of wordt er gekeken naar werkelijke gezondheidrisico’s? Waarom is dit niet onderzocht als onderdeel van besluitvorming?
     
  • De bestuurder zegt in haar reactie op de brief van een aantal Berkel-ouders aan de Raad van Toezicht: "Als de kosten voor renovatie hoger uitvallen dan 65%-75% van de nieuwbouwkosten, moet nieuwbouw gerealiseerd worden, oftewel scenario 1.” (bron). De cijfers uit de scenarioberekening van Coresta (bron) geven juist aan dat de kosten van renovatie meer dan 75% van nieuwbouw bedragen en dat er dus nieuwbouw gerealiseerd moet worden. De kosten van scenario 1 (€ 2.416.882,-, nieuwbouw Zwaan) zijn echter hoger dan die van scenario 3 (€ 2.236.852,-, sluiting Zwaan). Waarom wordt scenario 3 dan niet gekozen? Welke andere argumenten zijn er?
     
  • In het IJsselbulletin is gemeld dat de IJsselgemeenschap wordt verdeeld omdat er van de Berkelgemeenschap al een groot offer is gevraagd. Feitelijk wordt er nu een groter offer gevraagd aan de IJsselgemeenschap, namelijk dat van opheffing/splitsing. Daarmee weerspreekt het argument zichzelf. Met name jonge, kwetsbare kinderen zullen extra worden geraakt.
    • De kinderen die in augustus 2014 naar klas 1 gaan, moeten naar een andere locatie waarbij ze de vertrouwde sfeer van hun eigen school moeten missen. Terwijl juist voor hen de normale overgang naar klas 1 al een grote stap is. Bovendien zullen ze vermoedelijk een deel van hun klasgenootjes moeten missen. Sommige ouders zullen straks kinderen zowel op de IJssel als op de Zwaan hebben. De kans is ook aanzienlijk dat de bouwwerkzaamheden dan nog niet klaar zijn.
    • De kinderen die in augustus 2013 naar klas 1 gaan moeten tijdelijk naar de Berkel, dus twee maal verhuizen. Argument is dat de Berkelgemeenschap als geheel over kan. En de IJsselgemeenschap? Waarom niet de gecombineerde klas 1 juist op de IJssel starten?

Waarom worden er geen gelijke offers gevraagd van Berkel- en IJsselgemeenschap? Welke formele status hebben de docenten dat zij mogen instemmen met splitsing? Waar is het verslag van deze stemming? Waarom worden ouders in deze belangrijke zaak niet gehoord? Het roept de vraag op of er andere dingen op de achtergrond spelen. Bijvoorbeeld de verzelfstandigingplannen van de Berkel of de administratieve kwestie met het BRIN-nummer (bron).

  • De gemeente heeft er vermoedelijk belang bij dat de Vrije School in de locatie Valckstraat blijft, zij is eigenaar van dit pand dat vanwege de ligging en status moeilijk verkoopbaar is. In hoeverre heeft de gemeente het proces hiermee beïnvloed? Welke voorwaarden zijn er gesteld aan de besteding van de 2,6 miljoen? Was het een voorwaarde om de locatie Valckstraat te behouden? De bestuurder geeft in haar reactie van 4 december op de brief van een aantal Berkel-ouders aan: “De gemeente en het VO hebben bewust scenario 1 en 2 mogelijk  gemaakt.” (bron) Wat betekent dit? Heeft scenario 3 wel een echte kans gekregen?
     
  • De MR van de Zwaan stelt zelf: “Wij vinden het twijfelachtig of renovatie en eventueel uitbreiding van het gebouw aan de Valckstraat goed te realiseren is. Wellicht kan op de begane grond niet worden bijgebouwd of uitgediept om waterbouwkundige redenen. Hoger dan het bestaande gebouw bouwen zou op bestemmingsplan problemen en bezwaren uit de buurt kunnen stuiten, waardoor vertraging ontstaat. Nader onderzoek op deze punten vinden wij verstandig” (bron).
     
  • In het advies van de Werkgroep Duurzaamheid staat: “Bij nieuwbouw of renovatie is het bovendien mogelijk om maatregelen te treffen voor een beter binnenklimaat, los van de beschikbare ruimte. De meerkosten hiervoor zouden moeten meegenomen worden in de scenario's." Zijn deze meerkosten meegenomen?

Een aantal zaken doen twijfelen aan het proces en de transparantie:

  • De GMR-PO heeft gestemd. Er is met 4 voor en 2 tegen besloten voor het besluit. In een kleine groep is een dergelijke stemming geen geschikte methode om een keus te maken (bron).
  • Er wordt een beeld geschetst dat met de werkgroep toekomst een democratisch traject is doorlopen. De werkgroepleden zaten daar echter op persoonlijke titel en niet als vertegenwoordigers.
  • In het verslag van de ouderavond 16 januari op de Berkel is te lezen dat de bestuurder heeft gezegd: “omwille van de tijdsdruk was het nodig om onzorgvuldigheden in het proces te accepteren.” (bron) Welke onzorgvuldigheden zijn nog meer geaccepteerd??
  • In het advies van de Werkgroep Toekomst zijn de tegenargumenten van de Berkel MR niet opgenomen, het volgende staat op de website van de GMR: “Nadrukkelijk vraagt de werkgroep je dan ook om deze argumentatie NIET te gebruiken voor evt. in- of externe communicatie over het advies van de werkgroep.” Dit toont gebrek aan transparantie. Zie hier voor de betreffende argumenten.
  • In de brief van de Raad van Toezicht van 13-02-2012 is te lezen (bron): “Gezien de transparantie die de Raad van Toezicht nastreeft is de Quick Scan openbaar en in te zien op de website van de Stichting. www.vsnon.nl”. Waarom is deze Quick Scan nu niet meer te vinden op deze site?

Bovenstaande doet twijfelen of de eerdere beslissing om van 3 naar 2 PO-scholen te gaan wel klopt:

  • De landelijke trend is dat het vrije schoolonderwijs juist groeit en de oorzaak hiervan zou onder andere juist de veiligheid en kleinschaligheid zijn (bron). Juist die kleinschaligheid wordt met het huidige besluit verlaten, klassen worden overvol: wanneer er geen daling optreedt komen er 32 kinderen per klas (bij 9 klassen per school). Twee scholen betekent in dat geval dat nieuwe aanmeldingen moeten worden afgewezen en voor zij-instromers is geen ruimte. Is er werkelijk geen betere oplossing mogelijk dan zelfgekozen krimp?
  • De 3 PO scholen zitten ver boven de landelijke opheffingsnorm en zijn in feite 3 gezonde scholen (bron, meer). Daarnaast zijn er landelijke cijfers die een stijgende trend van het aantal Vrije School leerlingen laten zien (bron). Is er wel rekening gehouden met een groeiscenario? Is er rekening gehouden met eventuele opheffing van andere kleinere scholen in en nabij Zutphen?
  • In de brief naar de ouders van 23-04-2013 meldt het MT: “In de voorliggende periode zijn er zoveel kleuters aangemeld dat wij in augustus 2014 drie eerste klassen verwachten. Ondanks de gekozen beleidslijn (Van drie naar twee) willen wij niemand teleurstellen en starten we nog eenmalig drie eerste klassen” (bron).
  • Lizzy heeft in de Quick Scan gezegd: “Voorkeurscenario: 3 PO’s die ieder op eigen benen kunnen staan”, “Elke school moet kostendekkend gaan werken. Kostenreductie bijv. door andere klassenopbouw, combiklassen met vrijwillige mobiliteit: kiezen voor kind in combiklas of naar andere lokatie zonder combiklas”en in de Stentor van 18-02-2012: “Op basis van onderzoek constateert Plaschek dat De Zwaan niet dicht hoeft. Zij heeft de overtuiging dat het vrije schoolonderwijs haar marktpositie in Zutphen kan verbeteren. Volgens prognoses loopt het aantal leerlingen in deze regio de komende jaren terug. ,,Maar in een krimpmarkt is stabilisatie ook al groei.''” In deze Quickscan is een prognose voor 2012 genoemd van 553 leerlingen. Het werkelijke aantal leerlingen in 2012 bleek 586 te zijn.
  • In de scenariostudie van de Werkgroep Toekomst is beschreven: “Sinds 2008 daalt het aantal leerlingen op de onderbouwen.” (bron). Tegelijkertijd kan gesteld worden dat het aantal leerlingen sinds 2002 is gestegen (bron), zie onderstaande grafiek.

  • Is wel voldoende getracht op andere wijze te bezuinigen? Zijn alle kostenposten binnen de stichting VSNON wel voldoende onder de loep genomen. Hoe zit het met de kosten voor management, bestuur en ondersteuning? Is de optie van combinatieklassen echt onderzocht? Waarom lukt het andere scholen met minder leerlingen wel gezond te blijven?
  • De Vrije School Groningen zegt in haar jaarverslag van 2012: “Als richtlijn voor de bezetting in de kleuterklassen hanteert de school een bovengrens van 24 kleuters.” En “Een relatieve bovengrens van 28 leerlingen” voor klas 1 t/m 6 (bron). Kortom wat betreft aantallen leerlingen zijn de 3 PO-scholen in Zutphen kerngezond! Waarom kan het in Groningen wel?
  • Het gemiddelde aantal leerlingen per klas op basisscholen is 23 (bron). Bij acht klassen per school, zitten alle drie de basisscholen daar boven. Waarom lukt het andere scholen wel zonder een grote ouderbijdrage?