Over de brief van de bestuurder

In juli 2013 stuurde Lizzy Plaschek een brief waarin ze terugblikt op het bijna voorbije schooljaar, en waarin ze een aantal vragen beantwoordt die zouden leven.

Wij vinden het prettig dat de bestuurder communiceert met ouders, want dat is naar onze mening gedurende het proces te weinig gebeurd. Helaas vinden we dat de brief geen antwoord geeft op onze zorgen en kritiekpunten. De antwoorden op de vragen verschillen niet van de antwoorden die we al eerder hebben ontvangen, en die antwoorden zijn wat ons betreft onvoldoende. Onze oproep aan de Raad van Toezicht blijft daarom onverminderd van kracht.

Hieronder volgt een puntsgewijs antwoord op de brief van de bestuurder.

Begeleidende brief

Allereerst een reactie op enkele punten uit de begeleidende brief:

Citaat:

“Voorts is in 2012 een risicoanalyse gemaakt waarop een plan van aanpak is geschreven dat nu deels is gerealiseerd en waarvan verdere acties zijn ondergebracht in het meerjarenbeleidsplan.”

Onze reactie:

Waar is deze risicoanalyse? Waar is dit plan van aanpak? Waarom is dat niet ter beschikking gesteld toen de initiatiefgroepen om een onderbouwing vroegen?

Citaat:

“Hoewel ik weet dat dit vertrouwen er bij een grote meerderheid van de ouders nog steeds is, werd door een aantal ouders getwijfeld aan de competenties en intenties van mensen die zich de afgelopen jaren hebben ingezet in dit proces. Zo werd er getwijfeld aan inzet en intentie van leden van MR, werkgroepen, directeuren, Raad van Toezicht en mijzelf. Dat doet zeer om redenen van respect en gemeenschap, want ik betwijfel of een gemeenschap groeit door in pamfletten en petities, websites en blogspots op te roepen tot blokkade. Ik voel hierin een neiging tot polariseren en escaleren en zie het als mijn verantwoordelijkheid om naar de rollen te kijken die wij tot elkaar aannemen.”

Onze reactie:

We begrijpen niet waar de bestuurder haar stelling op baseert dat de grote meerderheid van de ouders vertrouwen heeft. Wij zouden dit graag onderbouwd zien. Zeker is dat zij een substantieel deel van de ouders (waaronder de meerderheid van de basisschoolouders) niet mee heeft kunnen nemen in het proces. Wat betreft de polarisatie die gaande is, dat zijn wij met de bestuurder eens. En ook ons doet dat zeer, meer dan de bestuurder zich lijkt te realiseren. Maar ligt de schuld voor deze polarisatie bij de ouders die kritisch zijn op het proces? Polarisatie ontstaat daar waar niet geluisterd wordt. Steeds zien wij terug dat afwijkende, kritische meningen opzij worden geschoven en worden gediskwalificeerd. Leden van de gemeenschap die de moed hebben (gehad) om afwijkende meningen te uiten, krijgen te maken met negatieve kwalificaties. De bestuurder suggereert dat wij twijfelen aan de competenties en de inzet van heel veel mensen die in het proces betrokken zijn geweest. Dat klopt niet, en dat hebben we ook nergens gecommuniceerd. Ons punt is nu juist dat het proces niet goed is geweest. En dan krijg je de situatie dat velen zich met hart en ziel inzetten maar dat de uitkomst toch niet goed is. Dat is voor iedereen pijnlijk.

Bijlage vraag 1: Is het zeker dat met het genomen besluit (van 3 naar 2) de stichting niet alsnog failliet zou kunnen gaan?

Gesteld wordt dat de kans op een faillissement bij 2 locaties kleiner is dan bij 3 locaties. Dat lijkt ons logisch. Waar het om gaat is – en die vraag wordt niet beantwoord – of we failliet gaan als we voorlopig doorgaan met drie locaties. Het antwoord is nee, zo blijkt uit onze tegenbegroting. En de vervolgvraag is dan: gaan we vanuit een toekomstgerichte visie moeite doen het vrije school onderwijs voor een groot publiek toegankelijk te houden? Of geven we nu al alle moeite op die het verleden is gedaan voor een derde schoollokatie, vanwege onzekere cijfers en onzekere prognoses?

Bijlage vraag 2: Wat lost het besluit om van 3 naar 2 te gaan eigenlijk op?

Dit is een hele belangrijke vraag: Welk probleem wordt met het besluit opgelost? Opnieuw komt er geen helder antwoord. Waarom wordt niet meer ingegaan op de problemen uit de Quick scan? Wat is er gedaan om deze problemen op te lossen en is het na het oplossen hiervan nog wel nodig om een school te sluiten?

Er wordt gezegd dat het besluit kwantitatief gezien de scholen in financieel veilig vaarwater brengt, doordat klassen maximaal worden gevuld. Het geeft ons een beetje het gevoel alsof het hier om een legbatterij gaat in plaats van een school, maar op zich klopt het wel. Hoe voller je de klassen maakt, hoe gunstiger het financiële plaatje. Ook hier is de vraag niet of het financieel gunstiger is, maar of het financieel noodzakelijk is en of het de kwaliteit van het vrije schoolonderwijs ten goede komt. Dat betwijfelen wij en het wordt in de brief wederom ook niet aangetoond.

Daarnaast wordt een nieuw argument genoemd om van 3 naar 2 te gaan: we zouden hierdoor dichter bij elkaar komen te staan. Het is ons niet duidelijk waar dit argument vandaan komt en ook niet waarom het teruggaan naar 2 scholen hierbij zou helpen. Wij zijn het trouwens volledig eens met het streven om dichter bij elkaar te willen staan, daar willen we ons graag voor inzetten.

Citaat:

“Het besluit is dus gebaseerd op de prognose van de afnemende leerlingenaantallen.”

Onze reactie:

Meer onderbouwing wordt niet gegeven. Er wordt dus een school gesloten vanwege een prognose. Terwijl de bestuurder begin 2012 nog aangaf, onder meer in de Quickscan, dat ze wilde inzetten op drie scholen open. Blijkbaar waren er daarvoor toch mogelijkheden, ook met de toen al bekende prognose. Zelfs de Raad van Toezicht meldt in een brief op 13 februari 2012 nog: “Tenslotte heeft de Raad van Toezicht besloten om de beslissing van het sluiten van de school De Zwaan in Zutphen ongedaan te maken. Ingezet wordt op het kostendekkend functioneren per school en op het intensiveren van de inspanningen voor nieuwe aanwas.”

Hier komt nog bij dat de daling van de leerlingenaantallen in Zutphen volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek beduidend kleiner zal zijn dan de cijfers die de bestuurder noemt (zie ook onze reactie op vraag 12).

De teruglopende leerlingenaantallen kunnen niettemin een probleem geven in de toekomst. Dit is zeker iets om serieus rekening mee te houden. Maar is het ook een reden om nu, op dit moment, een school te sluiten en daarmee juist in te zetten op krimp? Volgens onze tegenbegroting niet.

Bijlage vraag 3: Waarom benadrukt de bestuurder iedere keer dat het besluit om van 3 naar 2 PO scholen te gaan onomkeerbaar is?

Eigenlijk wordt hier gezegd dat het besluit onomkeerbaar is omdat er in de ogen van de bestuurder een mooi proces is doorlopen, en omdat het besluit nu eenmaal is genomen. Dat vinden wij geen sterk argument. Op een besluit kan altijd worden teruggekomen. Wel is het zo dat met de gemeente in gesprek zal moeten worden gegaan over de invulling van het bouwbudget. Maar dit budget zal gewoon beschikbaar blijven als er een ander plan komt dat aan de randvoorwaarden van de gemeente voldoet en dat tijdig wordt uitgevoerd. Terugkeer naar het oorspronkelijke bestedingsdoel (nieuwbouw voortgezet onderwijs) ligt binnen die randvoorwaarden.

Bijlage vraag 4: Waarom heeft de IJssel besloten om 'te bewegen'?

Het is niet te begrijpen waarom juist bij dit belangrijke onderdeel geen overleg is geweest met ouders. De communicatie over deze herverdeling is van begin af aan - en nog steeds - onduidelijk en zeer verwarrend. De argumentatie, de uitvoering en de gevolgen zijn zelfs nu nog niet duidelijk.

Bijlage vraag 5: Hoe kijkt de bestuurder zelf aan tegen haar eigen optreden in deze verandering? Ziet ze zelf ook in dat er dingen anders hadden kunnen of moeten gaan?

Het is goed dat de bestuurder de bereidheid uitspreekt op zichzelf te reflecteren. Maar het is dan jammer dat zij zich in de tweede zin alweer beklaagt over de feedback die niet altijd even constructief tot haar komt. Wij hebben dit eerder gehoord; in veel gesprekken die wij met haar hadden, repte zij over ouders die haar niet correct hadden bejegend en die geen oog hadden voor haar drukke werkzaamheden.

Het beklag over deze ouders ging vaak gepaard met een compliment aan ons dat wij ons wel correct opstelden. Maar al snel veranderde dat, en kwamen wij in dezelfde positie terecht als de ouders waartegen zij reclameerde.

Het is zorgelijk dat veel ouders kennelijk de noodzaak zien om de bestuurder aan te spreken in dit proces. Dit zegt iets over de onrust die ouders voelen en waarvoor ze blijkbaar geen geruststelling vinden binnen de school of in de bovenschoolse communicatie.

Bijlage vraag 6: Waarom is de bestuurder niet veel transparanter en maakt zij niet alle informatie openbaar?

Citaat:

“De initiatiefgroep wilde een informatieachterstand inhalen om het besluit van 3 naar 2 te kunnen begrijpen, zo werd gezegd. Ik heb toegezegd om informatie te verstrekken die gebruikt was voor de keuze van het scenario om van 3 naar 2 scholen te komen.”

Onze reactie:

Het is onvolledig wat hier wordt gezegd, je kunt eventueel de gemaakte afspraken er op nalezen. Het ging ons er om dat de onderbouwing van het besluit op tafel zou komen, zodat wij overtuigd zouden kunnen raken van de juistheid van het besluit. Als dat was gebeurd dan zouden wij het besluit mede hebben gedragen en ook hebben uitgelegd naar andere ouders. De stukken die wij hebben opgevraagd achtten wij wel degelijk van belang om de onderbouwing van het besluit te verhelderen. Wat is er eigenlijk op tegen deze informatie te geven wanneer er niets te verbergen valt? Uiteindelijk hebben we maar twee documenten gekregen, en hieruit konden we niet opmaken dat het nodig was een school te sluiten.

Bijlage vraag 7: Klopt het dat de bestuurder een vriendinnetje is van een lid van de Raad van Toezicht en op die manier aan deze baan is gekomen?

Waar komt deze vraag vandaan? Hij is in elk geval niet door ons gesteld. Hoe dan ook, de bestuurder geeft hier aan dat zij een kennis is van een lid van de Raad van Toezicht en zo aan deze baan is gekomen. Een ieder mag beoordelen wat hij hiervan vindt.

Feit is dat de Raad van Toezicht wat betreft de aanstelling van de bestuurder is afgeweken van eerder gemaakte afspraken met de GMR. De GMR meldt hierover op 11 juli 2013 in een bijlage van het weekbericht: “Op 10 april 2013 ontving de GMR een brief van de RvT met daarin een adviesvraag over hun voorgenomen besluit de bestuurder een vaste aanstelling te geven en af te zien van het opstellen van een profiel en een open sollicitatieprocedure. De GMR heeft hierover negatief geadviseerd, vanwege het ontbreken van een profielschets.”

De informatie die in de reactie van de bestuurder ontbreekt is hoe het op dit moment staat met de contacten tussen de bestuurder en het lid van de Raad van Toezicht. Dit is van groot belang omdat de Raad van Toezicht en het bestuur voldoende afstand tot elkaar moeten hebben om hun rollen goed te kunnen vervullen. De Raad heeft een toezichthoudende rol die alleen effectief kan worden vervuld als er voldoende onafhankelijkheid is ten opzichte van het bestuur. Andersom kan de bestuurder haar rol alleen goed vervullen als de Raad van Toezicht voldoende afstand houdt en zich beperkt tot toezicht houden. Hier wordt echter geen duidelijkheid over gegeven.

De relevantie van de laatste alinea van deze paragraaf begrijpen wij niet goed.

Citaat:

“Na de besluitvorming heeft de bestuurder [naam weggehaald door ons] op de hoogte zijnde van de financiële situatie van de Stichting VSNON, aangeboden om haar interim contract te laten bestaan uit een tijdelijke benoeming. Hierdoor is een substantiële kostenbesparing gerealiseerd t.o.v. een contract met een interim bureau of zelfstandig ondernemer. (BTW en bemiddelingskosten).”

Onze reactie:

Het is goed dat er kosten bespaard worden, maar dit doet niets af aan de vraag of de bestuurder en een lid van de Raad van Toezicht elkaar kenden, en of dat eventueel kwalijk is.

Bijlage vraag 8: Is het verscherpte toezicht van de inspectie nog wel nodig, nu de stichting VSNON in 2012 een positief resultaat van ruim 5 ton heeft behaald?

Het aangepaste financiële toezicht wegens verhoogd risico (dit is de officiële term) staat grotendeels los van de financiële tekorten van de afgelopen jaren en het besluit van 3 naar 2. De bestuurder heeft dit in een eerdere brief van 6 december 2012 ook helder beschreven. Zij maakt daarin duidelijk dat het aangepaste toezicht niet het gevolg is van de financiële tekorten en de (verwachte) daling van de leerlingaantallen. De oorzaak is gelegen in het nieuwe besturingsmodel dat in 2011 werd ingevoerd en de gevolgen daarvan voor het eigen vermogen van de stichting VSNON. Tot 2011 hadden de Stichting VSNON en de Stichting Ondersteuning (die onder meer het vastgoed aan de Dieserstraat beheert) hetzelfde bestuur waardoor de jaarrekeningen bij elkaar werden gevoegd (‘geconsolideerd’). Na 2011 kon dat niet meer waardoor plotseling een probleem ontstond met het eigen vermogen. Door onenigheid tussen de bestuurders van beide stichtingen is deze problematiek sindsdien blijven bestaan. Overigens is het laatste woord hier nog niet over gezegd. Er is nog steeds – mits de betrokken bestuurders en toezichthouders hier echt stappen in willen zetten – een goede kans dat de stichtingen opnieuw geconsolideerd zullen worden zoals dat in het verleden ook het geval was. Ook bestaat de mogelijkheid dat de stichting Ondersteuning een deel van haar vermogen zal overdragen aan de stichting VSNON. Kortom, met goede wil en erkenning van zaken die in het verleden mis zijn gegaan, is dit probleem beslist oplosbaar (zonder dat er een school gesloten hoeft te worden).

Bijlage vraag 9: Kan er een derde eerste klas komen?

Citaat:

“Deze discussie willen wij niet voeren.”

Onze reactie:

Wij vinden dit bijzonder teleurstellend.

In de tweede alinea wordt iets gezegd over de financiële risico’s. Wat men vergeet te vermelden is hoe groot de financiële aderlating is als ouders (gezinnen) hierdoor vertrekken (en dat is gebeurd).

Bijlage vraag 10: Hoe zit het nu met dat onderzoek naar fijnstof concentraties?

Ons verkennend onderzoek naar de luchtkwaliteit was kort na het verschijnen van de brief van de bestuurder gereed. Woensdag 17 juli 2013 is het naar het bestuurskantoor verzonden. Door de snelle opeenvolging van de ontwikkelingen en het daaruit voortvloeiende tijdgebrek, heeft het inderdaad wat langer geduurd.

Bijlage vraag 11: Blijft er met het besluit om van 3 naar 2 PO scholen te gaan wel voldoende ruimte voor nieuwe leerlingen?

Het antwoord op deze vraag is dus dat er een wachtlijst komt. Over zij-instroom wordt helemaal niets gezegd, daar zal soms geen plek voor zijn. Wij vinden dit geen wenselijke situatie. Willen we klassen met 32 leerlingen? Willen we wachtlijsten? Willen we de landelijke aantrekkingskracht die de Zutphense vrije scholen op gezinnen hebben, teniet doen door zij-instroom onmogelijk te maken?

Bijlage vraag 12: Is het wel echt zo dat de leerlingenaantallen in de toekomst zullen krimpen? Het vrije school onderwijs zit landelijk toch juist in de lift?

Het klopt dat er in de komende 15 jaar sprake is van een daling van de leerlingenaantallen. Een daling echter die in Zutphen volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek beduidend kleiner zal zijn dan de cijfers die de bestuurder noemt.

Waar het natuurlijk echt om gaat is of het nu al nodig is om in te grijpen door een school te sluiten. Wij zien daar geen redenen toe. Ook als de leerlingenaantallen dalen, blijven we boven de sluitingsnormen van de gemeente. En er zijn vele voorbeelden van scholen die flink kleiner zijn dan de onze en die toch levensvatbaar zijn. Een goed voorbeeld is de Stichting Athena. Hieronder vallen 13 vrije basisscholen, met een gemiddeld aantal leerlingen van 129. De stichting als geheel is winstgevend en in het afgelopen jaar zijn de scholen met gemiddeld 8% gegroeid! Zie verder onze nieuwsbrief van 2 november 2013: Wat er niet klopt aan het argument van de krimp.

Daarnaast laat de bestuurder een vertekend beeld zien. Ze kiest de jaartallen 2007 en 2012 en geeft de cijfers inclusief Tobiasgaard. In 2011 is vanwege een incident bijna een hele klas vertrokken en 2007 is precies een jaar met het maximaal aantal leerlingen.

Het vergelijken van de cijfers van PO in 2007 en 2012, dus 643 en 586, geeft een daling van 9%. Vergelijken van de cijfers van 2005 en 2012 voor PO, dus 610 en 586, geeft een daling van 4%. Het is maar net welke cijfers je kiest…

Tabel: leerlingaantallen (bron: jaarverslag 2009, jaarverslag 2011, begroting 2012, rapportage Coresta)

 

2002

2003

2004

2005

2006

2007

2008

2009

2010

2011

2012

Tobiasgaard

 

 

23

24

26

30

23

23

23

18

9

Berkel PO

214

218

227

223

226

222

221

214

219

190

213

IJssel PO 

229

227

224

207

216

224

221

228

221

212

189

Zwaan

121

132

147

180

190

197

203

187

181

190

184

Totaal PO excl. Tobiasgaard

564

577

598

610

632

643

645

629

621

592

586

Totaal PO

 

 

621

634

658

673

668

652

644

610

595

 

Bijlage vraag 13: Is de bestuurder zich bewust van het effect dat er van deze onrust uitgaat op ouders en op mensen buiten de vrije school, die hier van horen?

Citaat:

“De verantwoordelijkheid voor de ontstane onrust ligt namelijk bij ons allen.”

Onze reactie:

Wij zijn het hier niet mee eens. De onrust is niet veroorzaakt door verontruste ouders maar door bestuurlijk inadequaat handelen. Wat wij wel als een verantwoordelijkheid voor ons allen zien, is integer en respectvol om te gaan met de ontstane onrust. Om steeds opnieuw met elkaar in gesprek te gaan en te blijven streven naar verbinding.

Bijlage vraag 14: Hoe denken de directeuren en de bestuurder dat zij de huidige onrust op een bevredigende manier kunnen verzachten?

We wachten het af.

Bijlage vraag 15: Wat doen we nu al om de gemeenschapsvorming tussen de drie scholen te versterken?

Gelukkig werken er op alle drie de scholen betrokken leerkrachten die hun werk met hart en ziel doen.

Bijlage vraag 16: Welke rol spelen de MR-en en de GMR in dit proces?

Citaat:

“Wij zouden het als een heel positief effect van het huidige proces beschouwen wanneer meer ouders beseffen dat zij vanuit een MR mee kunnen denken en adviseren over de besluitvorming in de scholen en op stichtingsniveau.”

Onze reactie:

Wij delen dit standpunt.

Bijlage vraag 17: Waarom geen twee eersteklassen op locatie de Zwaan in 2014

Is dit een officiële mededeling van een besluit? Er wordt hier even kort iets gesteld zonder in te gaan op wat dit voor kinderen en ouders betekent. Wij zouden hier een uitgebreider antwoord verwachten, maar hebben vaker gezien dat de uitwerking van besluiten niet goed wordt doordacht.