Tien redenen waarom er geen school gesloten hoeft te worden

  1. Het besluit is niet goed onderbouwd. Er dreigt geen faillissement. De financiële situatie is helemaal niet zo slecht als soms wordt voorgesteld, integendeel. Het jaar 2012 is zelfs met een positief resultaat van 550.000 euro afgesloten. Een deel hiervan betreft eenmalige baten, maar ook zonder deze posten blijft een positief resultaat over.
  2. De basisscholen zijn alle drie levensvatbaar. Het aantal leerlingen zit ruim boven de opheffingsnorm van de gemeente en er zijn veel scholen met aanzienlijk minder leerlingen die het prima redden. Sluiting is niet nodig en immoreel.
  3. Er is onvoldoende draagvlak onder ouders. Dit gebrek aan draagvlak zal steeds opnieuw onrust betekenen bij alle uit het besluit voortvloeiende consequenties.
  4. De omstandigheden waarin het besluit tot stand kwam zijn niet goed. Er is sprake van een gebrekkig functionerend bestuur met weinig knowhow, en de besluitvorming verliep willekeurig en ondoorzichtig. Het besluit om van drie naar twee scholen te gaan is door de bestuurder om onduidelijke redenen genomen, zonder alternatieven af te wegen en zonder draagvlak te zoeken.
  5. Prognoses laten weliswaar een dalend aantal leerlingen in de regio zien, maar in krimpregio’s elders in Nederland groeien de vrije scholen juist. Hoewel deze groei in Zutphen minder makkelijk te realiseren is vanwege het al relatief grote marktaandeel, het illustreert wel dat het vrije school onderwijs in de lift zit. Goede PR kan veel opleveren, en daar is de afgelopen jaren vrijwel niets aan gedaan.
  6. Door nu een school te sluiten ontneemt het bestuur het vrije school onderwijs in Zutphen mogelijkheden voor flexibiliteit en groei. Nieuwe aanmeldingen zullen moeten worden afgewezen, voor zij-instromers is geen ruimte meer en de klassen zullen overvol zijn.
  7. Bij de totstandkoming van de plannen is onvoldoende rekening gehouden met het landelijke beleid rondom integrale kindcentra. Er is niet of nauwelijks samengewerkt met de BSO en kinderdagverblijf de Morgenster. Hierdoor zijn de positieve effecten die deze samenwerking zou hebben op benutting van ruimten en op de instroom in de kleuterklassen – en daarmee later in de onderbouw en bovenbouw – niet meegenomen.
  8. Er is onvoldoende nagedacht over de gevolgen en de uitwerking van het besluit. De eerste de beste stap (het niet starten van een eerste klas op de IJssel) geeft al zo veel onduidelijkheid en onrust dat een aantal betrokken ouders de school overweegt te verlaten. De vraag is of de besparing opweegt tegen de financiële aderlating van vertrekkende ouders. Dat het bestuur hier geen oog voor heeft laat zien hoezeer men de consequenties van (deel)besluiten niet overziet.
  9. Het toegekende bouwbudget van de gemeente zal gewoon beschikbaar blijven als er een ander plan komt dat aan de randvoorwaarden van de gemeente voldoet en dat tijdig wordt uitgevoerd.
  10. De Stichting VSNON is te klein en te weinig professioneel. Vroeger was dat niet zo’n probleem, maar tegenwoordig is het speelveld waarop scholen moeten opereren zo ingewikkeld dat een professioneel bestuur echt nodig is. Dit kan eenvoudig worden opgelost door het voortgezet onderwijs en het primair onderwijs te splitsen (zoals gebruikelijk is) en op te laten gaan in ons omringende grotere stichtingen die meer professionaliteit en veiligheid bieden. Er zijn al stichtingen die hebben aangegeven dat op deze manier de scholen behouden kunnen blijven op hun huidige locaties.